Uitzendtewerkstelling - Eerste en tweede kwartaal 2024

Tweede kwartaal 2024

Periodiciteit: Kwartaal

Laatste updates: 20/01/2025

Statistieken over de uitzendtewerkstelling vertellen niet alleen iets over de stand van zaken binnen de uitzendsector. De uitzendtewerkstelling is namelijk een toeleverancier van tijdelijke tewerkstelling aan andere sectoren die zich daarmee snel kunnen aanpassen aan wijzigende economische omstandigheden. Daardoor is uitzendtwerkstelling ook een goede voorspeller voor de (toekomstige) evolutie van de arbeidsmarkt. Zo is een dalende vraag naar uitzendkrachten vaak een voorbode van een afkoeling van de arbeidsmarkt en duidt een stijgende vraag dan weer op een opleving van die arbeidsmarkt. Maar binnen welke sectoren er meer of minder vraag was naar uitzendkrachten kon niet echt worden afgeleid.   

Vanaf 2023 moeten de uitzendondernemingen de gebruiker van elke uitzendprestatie vermelden. De beschikbaarheid van die nieuwe data, laat ons toe om onze statistieken over de uitzendsector sterk uit te breiden.

Zoals u zal merken, publiceren we onze statistieken op kwartaalbasis waarbij we dan het meest recente kwartaal vergelijken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In deze eerste publicatie presenteren we statistieken over twee kwartalen, namelijk het eerste en het tweede kwartaal van 2024 en we vergelijken die kwartalen dan met hun respectievelijke tegenhanger een jaar eerder. 

   

 

Op deze plaats kan u de meest recente statistieken vinden met betrekking tot de uitzendarbeid. Een eerste paragraaf bevat een bondig overzicht van de globale evolutie van het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten vanaf 2014. We maken hier een onderscheid tussen de 'normale uitzendtewerkstelling' (INTN) en de 'speciale uitzendtewerkstelling' (INTS) waaronder de bijzondere tewerkstellingsvormen vallen die via de uitzendsector verlopen.

Daarna wordt ingezoomd op de vergelijking van de situatie in het meest recente kwartaal met het overeenstemmende kwartaal van het voorgaande jaar. Alleen bij de kerncijfers geven we opnieuw de cijfers voor de INTN en de INTS afzonderlijk weer. De andere statistieken focussen op de INTN. De INTS bestaat namelijk voor 87% uit flexitewerkstelling die via de uitzendsector verloopt. Voor gedetailleerde statistieken over de flexi-jobs verwijzen we naar de relevante pagina op onze website.

In deze eerste publicatie over de uitzendtewerkstelling, komen bovendien de twee meest recente kwartalen aan bod waarover we data hebben, namelijk het eerste en het tweede kwartaal van 2024

Download hier de ruwe data die als basis dienen voor onze statistieken.

Evolutie uitzendarbeid vanaf 2014

 

Een eerste grafiek geeft de evolutie weer van het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten (VTE) van zowel de normale (INTN) als de speciale uitzendtewerkstelling (INTS).

Commentaar

De grafiek toont dat de INTN sterk fluctueert van kwartaal tot kwartaal met een piek in het vierde kwartaal. Dat is niet onlogisch gezien de eindejaarsperiode in dat kwartaal valt. Meer in het algemeen merken we dat de normale uitzendarbeid afneemt sinds het derde kwartaal van 2022 en dat in tegenstelling tot de speciale uitzendtwerkstelling die een stijgende trend vertoont. Vaak is een afnemende vraag naar uitzendwerknemers een vroege indicator voor de afkoeling van de arbeidsmarkt.

De toename van de INTS is voornamelijk toe te schrijven aan het groeiende succes van de flexi-jobs en de geleidelijke uitbreiding van de mogelijkheden om gebruik te maken van die tewerkstellingsvorm sinds 2016. De uitzendsector speelde daar handig op in door HR-diensten aan te bieden op maat van de flexi-jobs. Uit onze statistieken over de flexi-jobs komt het toenemende belang van de uitzendsector dan ook sterk naar voor.     

Ook de Covid-lockdowns en de sterke groei die er op volgt, zijn duidelijk zichtbaar op de grafiek. 

Analyse van de uitzendarbeid voor het eerste en tweede kwartaal 2024

Kerncijfers

 

 

De totaalcijfers, som van de normale en de speciale uitzendtewerkstelling, tonen dat zowel het aantal uitzendwerknemers als het aantal uitzendopdrachten stijgt in het tweede kwartaal van 2024 ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder en ook in het eerste kwartaal van 2024 ten opzichte van het eerste kwartaal van 2023. Het arbeidsvolume in VTE daalt echter in de beide besproken periodes.

Wanneer we vervolgens een onderscheid maken tussen normale en speciale uitzendtewerkstelling, dan zien we een heel ander verhaal. In de normale uitzendtewerkstelling zien we een daling van zowel het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers, als het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume in VTE en dit zowel in het eerste als tweede kwartaal van 2024 ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De cijfers wijzen op een verdere afkoeling van de arbeidsmarkt. 

Voor wat betreft de speciale uitzendtewerkstelling, stellen we een omgekeerde evolutie vast. Daar stijgt het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers, het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume in VTE en dit zowel in het eerste als in het tweede kwartaal van 2024 ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. De toename van de tewerkstelling via flexijobs doet ook het aantal flexijobs via uitzendondernemingen sterk toenemen. 

In wat volgt bespreken we alleen de normale uitzendtewerkstelling (INTN).

Welke werkgevers doen een beroep op uitzendarbeid?

In het tweede kwartaal van 2024 deden 32.761 ondernemingen een beroep op uitzendkrachten die er in totaal 241.202 uitzendopdrachten verrichtten. Hieronder bekijken we die cijfers wat meer in detail waarbij we het tweede kwartaal van 2024 vergelijken met het tweede kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2024 met hetzelfde kwartaal een jaar eerder. 

Een eerste grafiek geeft de verdeling weer van die 32.761 gebruikers over de verschillende activiteitstakken. 

 

In wat volgt, kijken we meer in detail naar het aantal uitzendwerknemers, het aantal interimopdrachten en hun arbeidsvolume in VTE. Hier maken we een onderscheid tussen activiteitstakken die in het tweede kwartaal van 2024 meer dan 10.000 uitzendkrachten tewerkstelden - de 'Big Five' en de activiteitstakken die (nog) niet aan die aantallen komen. Deze vijf sectoren staan voor meer dan 3 kwart van de uitzendopdrachten en 4/5de van het arbeidsvolume gepresteerd door uitzendkrachten.  

De eerste grafiek vat het aandeel van die 'Big Five' en de restcategorie samen en dit zowel voor het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers, de uitzendopdrachten en het arbeidsvolume in VTE. 

De grafiek toont duidelijk het overgewicht van zowel de industrie als de handel. Meer dan 1 op 4 uitzendwerknemers is in het tweede kwartaal van 2024 aan de slag in de industrie. In de handel gaat het om meer dan 1 op 5 uitzendwerknemers. Maar ook vervoer en logistiek zijn belangrijke gebruikers van uitzendkrachten. In de andere besproken kwartalen zien we gelijkaardige verhoudingen.

 

Onderstaande grafieken vergelijken het aantal uitzendopdrachten, aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers en het arbeidsvolume in VTE per activiteitstak in het tweede kwartaal van 2024 met de situatie in het tweede kwartaal van 2023. De grafiek bevat verder ook de cijfers van het eerste kwartaal van 2024 die dan vergeleken worden met dezelfde periode een maand eerder.

Bij de 'Big Five', weergegeven in bovenstaande grafiek, stellen we voor vier van de vijf activiteitstakken een daling vast van het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers, het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume in het tweede kwartaal van 2024 ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Enkel de Horeca biedt nog weerstand tegen deze dalende trend en laat nog een lichte stijging optekenen voor wat betreft het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers (+ 0,9%) en het arbeidsvolume in VTE die ze vertegenwoordigen (+ 2,7%). Het aantal uitzendopdrachten daalt echter ook in de Horeca in de desbetreffende periode (-1%).

Wanneer we dan het eerste kwartaal van 2024 vergelijken met het eerste kwartaal van 2023, merken we een gelijkaardige dalende trend over de drie indicatoren heen voor wat betreft de industrie, vervoer en opslag, en administratieve en ondersteunende diensten. Zowel de groot- en detailhandel als de horeca kennen daarentegen nog wel een zeer lichte stijging van het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers (respectievelijk +0,06% en +1,3%). Binnen de groot- en detailhandel stijgt ook het arbeidsvolume nog licht (+ 0,2%) in de besproken periode terwijl dit in de Horeca daalt met 0,5%. Het aantal uitzendopdrachten daalt dan weer licht zowel in de groot- en detailhandel (- 0,5%) als in de horeca (- 0,07%) tijdens de desbetreffende periode. 

 

De grafiek die de activiteitstakken weergeeft die niet tot de 'Big Five' behoren, bevat zowel stijgers als dalers. Zo daalt de uitzendtewerkstelling in het tweede kwartaal van 2024 ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder in de bouwnijverheid, de vrije beroepen, de overige dienstverlening, kunst en amusement, de financiële sector, de landbouw, en de handel in onroerend goed en dat voor wat betreft het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers, het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume in VTE.

Diezelfde periode kent ook stijgers. Het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers, het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume neemt namelijk toe in de sector van waterdistributie en afvalbeheer, de informatie- en communicatiesector, en het onderwijs. In het geval van de openbare besturen en de extraterritoriale organisaties stijgt het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers en het aantal uitzendopdrachten, maar het arbeidsvolume neemt af in de desbetreffende periode. Binnen de activiteitstakken van de menselijke gezondheid en de distributie van gas daalt echter het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers terwijl het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume stijgt. 

Ook het eerste kwartaal van 2024 kent stijgers en dalers ten opzichte van het eerste kwartaal van 2023. In de bouwnijverheid, de vrije beroepen, de overige dienstverlening, kunst en amusement, de landbouw, en de handel in onroerend goed, daalt het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers, het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume in VTE tijdens die periode. De sector van waterdistributie en afvalbeheer, de informatie- en communicatiesector, het onderwijs, de openbare besturen, distributie van gas en de extraterritoriale organisaties kennen daarentegen een stijging van het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers, het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume. 

In de menselijke gezondheidszorg daalt echter het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers terwijl het aantal uitzendopdrachten en het arbeidsvolume stijgt. De financiële sector laat in die periode dan weer een daling optekenen van het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers en het arbeidsvolume terwijl het aantal uitzendopdrachten stijgt.

 

Intensiteit van de uitzendtewerkstelling

In bovenstaande grafiek kijken we niet naar de dimensieklasse die de ondernemingen die gebruik maken van uitzendkrachten indeelt op basis van vast personeel, maar wel in klassen op basis van het aantal uitzendkrachten die ze tewerkstellen. We gebruiken met andere woorden  specifieke dimensieklassen voor uitzendkrachten die aangeven in welke mate deze werkgevers gebruik maken van uitzendtewerkstelling.

De grafiek toont aan dat slechts 0,01% van die werkgevers 1.000 of meer uitzendkrachten in dienst hebben tijdens het tweede kwartaal van 2024. Ze vertegenwoordigen 2,8% van het aantal uitzendopdrachten. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder ging het nog over 0,03% van die ondernemingen. Ze waren toen goed voor 4,5% van het aantal uitzendopdrachten. Het grootste deel van de ondernemingen die uitzendkrachten gebruiken (76%), heeeft minder dan 5 uitzendwerknemers in dienst in het tweede kwartaal van 2024. Ze zijn goed voor 17% van het aantal uitzendopdrachten. In het tweede kwartaal van 2023 vinden we gelijkaardige verhoudingen terug. 

In het eerste kwartaal van 2024 bedroeg het aandeel van de ondernemingen die 1.000 of meer uitzendkrachten in dienst hebben 0,02%, goed voor 3,5% van het aantal uitzendopdrachten. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder ging het nog om 0,03%. Toen vertegenwoordigden die ondernemingen 6,2% van het aantal uitzendopdrachten. Ook in die kwartalen hebben de meeste ondernemingen minder dan 5 uitzendkrachten in dienst. ze vertegenwoordigen ongeveer 17% van het aantal uitzendopdrachten. 

De ondernemingen die 1.000 of meer uitzendwerknemers in dienst hebben situeren zich vooral in de logistieke sector. 

Het profiel van de uitzendwerknemer

 

Wie zit er nu achter die cijfers? Dat proberen we hier te achterhalen door het profiel van de uitzendwerknemers te schetsen. De focus ligt hier op het aantal tewerkgestelde uitzendkrachten. 

 

Aantal uitzendwerknemers naar leeftijd en geslacht

 

 

Bovenstaande grafiek geeft het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers weer naar leeftijd en geslacht en toont aan dat de 20 tot 24 jarigen de grootste groep uitmaken, maar ook dat de 25 tot 29 jarigen en de 30 tot 34 jarigen goed vertegenwoordigd zijn in de populatie uitzendkrachten en dat over de kwartalen heen. 

De grafiek toont ook dat meer mannen dan vrouwen een uitzendjob hebben en dat in alle leeftijdscategorieën en over alle kwartalen heen. 

Verdeling uitzendwerknemers naar gewest van woonplaats

 

 

Bovenstaande grafiek toont het aandeel uitzendwerknemers (naar gewest van woonplaats) in verhouding tot het totaal aantal tewerkgestelde werknemers per gewest. Uit de grafiek blijkt dat er weinig variatie bestaat tussen de verschillende gewesten. Een hoger/lager percentage kan zowel een indicatie zijn dat er meer/minder uitzendwerknemers actief zijn (de teller), als het gevolg zijn van het gegeven dat een gewest relatief gezien minder/meer loontrekkende werknemers telt (noemer).

Het hoogste percentage uitzendwerknemers op het totaal aantal tewerkgestelde werknemers vinden we in het tweede kwartaal van 2024 in het Vlaams Gewest en bedraagt 4,4%. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest laat het laagste percentage optekenen (3,9%). Met 4,1% ligt het Waals Gewest tussen de twee anderen.  

In het tweede kwartaal van 2023 liggen de cijfers in dezelfde lijn en dat geldt ook voor het eerste kwartaal van 2024 en dezelfde periode een jaar eerder. De grafiek zegt echter niets over de plaats waar de uitzendopdracht wordt uitgevoerd.  

Voor hoeveel uitzendkantoren werkt een uitzendwerknemer

 

 

Uit bovenstaande grafiek blijkt duidelijk dat het merendeel van zowel de mannelijke als de vrouwelijke uitzendwerknemers voor slechts één uitzendkantoor werken. In het eerste kwartaal van 2024 was dat het geval voor 89,2% van de mannelijke uitzendkrachten en 91,3% voor de vrouwelijke uitzendwerknemers. In hetzelfde kwartaal een jaar eerder gaat het om 89,2% mannen en 91,2% vrouwen. 

In het tweede kwartaal van 2024 liggen die verhoudingen in dezelfde lijn als in het eerste kwartaal van 2024 met  88,3% van de mannelijke en 91,4% van de vrouwelijke uitzendkrachten die bij één uitzendkantoor aan de slag zijn.  Ook in hetzelfde kwartaal een jaar eerder zien we gelijkaardige cijfers met respectievelijk 88,2% van de mannelijke en 91% van de vrouwelijke uitzendwerknemers. 

De onderstaande grafiek toont bovendien aan dat de vaststelling dat het merendeel van de uitzendkrachten slechts door één uitzendkantoor tewerkgesteld wordt, geldt voor alle leeftijdscategorieën over alle besproken kwartalen heen. 

 

Voor hoeveel verschillende gebruikers werkt een uitzendwerknemer

Wanneer we onze focus verleggen van de uitzendkantoren die de uitzendkrachten uitsturen naar de ondernemingen waar de uitzendwerknemers daadwerkelijk aan de slag gaan - de gebruikers van de uitzendkrachten - dan stellen we vast dat ook hier het merendeel van zowel de mannelijke als de vrouwelijke uitzendkrachten bij slechts één gebruiker actief zijn.

Uit onderstaande grafiek blijkt dat het voor het eerste kwartaal van 2024 gaat het om 84,3% van de mannelijke en 85,4% van de vrouwelijke uitzendwerknemers. Voor hetzelfde kwartaal een jaar eerder gaat het om zo goed als dezelfde verhoudingen. Ook voor het tweede kwartaal van 2024 gaat het om 82,8% van de mannelijke en 84,9% van de vrouwelijke uitzendwerknemers. Ook hier zien we gelijkaardige verhoudingen voor hetzelfde kwartaal een jaar eerder. 

 

De onderstaande grafiek toont aan dat het merendeel van de uitzendkrachten slechts bij één gebruiker aan de slag zijn, maar dat het vooral jongere uitzendkrachten zijn, die bij meerdere gebruikers aan de slag zijn geweest en dat over alle besproken kwartalen heen. 

 

 

Evolutie van de populatie uitzendwerknemers per activiteitstak

Evolutie uitzendwerknemers naar activiteitstak en geslacht

 

 

Bovenstaande tabel toont de verdeling van het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers per geslacht over de verschillende activiteitstakken voor het tweede kwartaal van 2024, vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder en voor het eerste kwartaal van 2024 in vergelijking tot het eerste kwartaal van 2023.

Uitgezonderd de horeca, de distributie van water, de informatie- en communicatiesector, de openbare besturen, het onderwijs en de extraterritoriale organisaties laten de verschillende activiteitstakken een daling optekenen voor wat betreft het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers tijdens het tweede kwartaal van 2024 in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder.

Wanneer we focussen op de opdeling naar geslacht zijn er echter wel wat verschillen merkbaar. Binnen de menselijke gezondheidszorg, distributie van gas, delfstoffen en huishoudens als werkgever merken we een lichte stijging van het aantal vrouwelijke uitzendwerknemers ondanks de daling van het totaal aantal uitzendwerknemers. In de horeca en de waterdistributie neemt het totaal aantal uitzendwerknemers dan wel toe, maar daar daalt het aantal vrouwelijke uitzendwerknemers.

Bij de vergelijking van het eerste kwartaal van 2024 met het eerste kwartaal van 2023 merken we een gelijkaardige evolutie. Hier zijn handel, de horeca, de waterdistributie, de inormatie en communicatiesector, de openbare besturen, het onderwijs, de extraterritoriale organisaties en de distributie van gas de sterkhouders die een stijging van het aantal uitzendwerknemers laten optekenen waar de andere activiteitstakken een afname kennen.

Wanneer we opnieuw focussen op de opdeling naar geslacht zijn er ook hier wel wat verschillen merkbaar. Binnen de administratieve en ondersteunende diensten, de menselijke gezondheidszorg, kunst en recreatie en verkoop en beheer van vastgoed merken we een lichte stijging van het aantal mannelijke uitzendwerknemers ondanks de daling van het totaal aantal uitzendkrachten. Binnen de financiële dienstverlening zien we dan weer een stijging van de vrouwelijke uitzendwerknemers ondanks de algemene afname van uitzendkrachten in die activiteitstak.

Binnen de Horeca, de distributie van water en de extraterritoriale organisaties daalt dan weer het aantal vrouwelijke uitzendwerknemers ondanks de stijging van het totaal aantal uitzendkrachten. Binnen de handel neemt  het aantal mannelijke uitzendkrachten af ondanks de stijging van het aantal uitzendwerknemers. 

Evolutie uitzendwerknemers naar activiteitstak en leeftijdsklasse

Onderstaande tabel toont de verdeling van het aantal tewerkgestelde uitzendwerknemers naar leeftijdsklasse over de verschillende activiteitstakken voor het eerste en tweede kwartaal van 2024, en het eerste en tweede kwartaal van 2023 zodat een vergelijking mogelijk is tussen de meest recente kwartalen en hun tegenhanger een jaar eerder.  

Om de bescherming van persoonsgegevens te garanderen gebruiken we hier bredere leeftijdsklassen dan in de grafiek 'uitzendwerknemers naar leeftijd en geslacht'. We kruisen de leeftijdsklassen hier namelijk met de activiteitstakken waardoor de populatie per leeftijdslasse kleiner wordt. 

De categorie 'onbekend' bij de activiteitstakken bevat de uitzendwerknemers die aan de slag zijn bij een gebruiker waarvan we de NACE-code niet kennen en waarvan we bijgevolg de activiteitstak niet kunnen achterhalen. 

 

Toelichting van de gebruikte methodologie

Hier lichten we de specifieke methodologie toe die we gebruikten voor de statistieken over de uitzendarbeid. We bespreken achtereenvolgens de specifieke tellingsmethode, de variabelen, de kenmerken eigen aan de werkgever en de kenmerken eigen aan de werknemer. 

De specifieke tellingsmethode

Een aantal van de bijzondere tewerkstellingsvormen zoals de uitzendarbeid, maar ook de flexijobs, het gelegenheidswerk en de extra's in de horeca zijn als zodanig herkenbaar in de kwartaalaangifte. Die specifieke gevallen vereisen een aangepaste tellingsmethode. We laten dan ook de klassieke telling op het einde van het kwartaal  vallen, en doen een telling doorheen het kwartaal.

Specifiek voor de uitzendarbeid kunnen we bovendien verder kijken dan de typische link tussen werknemer en werkgever aangezien die niet zo informatief is. De werkgever van een uitzendkracht is namelijk het uitzendkantoor. Sinds kort beschikken we echter ook over data die ons toelaten om informatie te verschaffen over de gebruikers van die uitzendarbeid. Daardoor kunnen we per activiteitstak tellen hoeveel personen er een uitzendjob uitoefenen en bij hoeveel verschillende gebruikers een uitzendwerknemer aan de slag gaat doorheen het kwartaal (maar ook bijvoorbeeld doorheen het jaar).

Twee categorieën: Klassieke uitzendarbeid en Bijzondere tewerkstellingsvormen via uitzendkantoren

Onder uitzendarbeid verstaan we de terbeschikkingstelling van personeel door erkende uitzendbureaus aan gebruikende ondernemingen.

Het eigen personeel van de uitzendkantoren is dus niet opgenomen, en ook andere vormen van terbeschikkingstelling van personeel maken geen deel uit van deze statistieken. Ook dienstenchequewerknemers maken geen deel uit, ook al worden ze tewerkgesteld door ondernemingen die ook erkend zijn als uitzendonderneming.

Ook Studentenjobs vallen buiten de scope van deze statistieken. Voor relevante statistieken over de tewerkstelling met een studentencontract verwijzen we naar de desbetreffende pagina's op onze website. U vindt er zowel kwartaal- als jaarstatistieken.

We maken verder een onderscheid tussen de klassieke uitzendarbeid (INTN) en de bijzondere tewerkstellingsvormen via de uitzendkantoren (INTS). Zoals hieronder zal blijken, maken we de opdeling op basis van de werknemersklassen. 

Klassieke uitzendarbeid (INTN)

Onder 'Klassieke uitzendarbeid' verstaan we alle tewerkstellingsvormen die niet onder de 'Bijzondere tewerkstellingsvormen via de uitzendkantoren' vallen.

Bijzondere tewerkstellingsvormen via uitzendkantoren (INTS)

De categorie 'Bijzondere tewerkstellingsvormen via uitzendkantoren' bestaat uit de artiesten, flexijobs in de horeca en gelegenheidswerknemers in land-en tuinbouw en in horeca.

De variabelen

Over uitzendwerknemers, uitzendjobs en uitzendopdrachten

Het aantal uitzendwerknemers

De eerste telling betreft het aantal personen die tijdens een periode (kwartaal, jaar) als uitzendkracht hebben gewerkt, ongeacht het aantal uitzendkantoren en ongeacht het aantal gebruikers waarvoor ze hebben gewerkt. Wel worden klassieke uitzendarbeid (INTN) en bijzondere tewerkstellingsvormen (INTS) apart geteld. Een persoon die in de beide types gewerkt heeft, komt dus twee keer voor.

Uitzendjobs

Het gaat bij het aantal uitzendjobs om de combinatie uitzendkantoor-werknemer. Deze telling sluit aan bij de klassieke telling van arbeidsplaatsen, met dit verschil dat de telling niet op het einde van het kwartaal gebeurt, maar ook de telling realiseert van de uitzendkrachten die op het einde van het kwartaal niet meer in dienst waren.  Er wordt ook een telling gemaakt op jaarbasis. Indien een persoon in een kwartaal voor één uitzendkantoor werkte, telt deze als 1 uitzendjob. Indien op jaarbasis deze persoon elk kwartaal voor  hetzelfde uitzendkantoor werkte, gaat het dan ook om 1 uitzendjob.

Uitzendopdrachten

Een uitzendkracht heeft tijdens een periode (kwartaal, jaar) meestal meerdere contracten/arbeidsrelaties van korte duur. Hij/zij kan meerdere, al of niet opeenvolgende periodes tewerkgesteld worden voor eenzelfde of meerdere gebruikers. De arbeidsrelaties bij eenzelfde gebruiker tijdens eenzelfde periode bundelen we tot één notie: de uitzendopdracht. Een uitzendopdracht bestaat uit de combinatie uitzendkantoor, gebruiker en werknemer. We houden ook rekening met het type uitzendtewerkstelling. Indien dezelfde werknemer voor hetzelfde uitzendkantoor en voor dezelfde gebruiker gewerkt heeft in twee verschillende types vb. klassieke interim (INTN) en flexi (INTS) dan zal dat hier tellen voor 2 opdrachten.

Het arbeidsvolume in voltijdsequivalenten (VTE)

Bovenstaande variabelen geven een beeld van aantallen betrokken werknemers en gebruikers, maar nog relevanter als economische parameter is het volume van uitzendarbeid tijdens een periode. De prestaties van alle uitzendkrachten moeten aangegeven worden in uren. Maar deze uren kunnen gepresteerd worden bij een gebruiker waar een 36-uren werkregeling geldt, of bij een gebruiker waar 38 uur per week wordt gewerkt. Daarom worden de uren van de uitzendkracht omgezet naar het volume van een voltijdse werknemer die bij dezelfde gebruiker tijdens een volledige periode zou gewerkt hebben: het voltijdsequivalent (dat ook in onze andere statistische publicaties gebruikt wordt, wat ons ook toelaat om voor deze variabele een langere tijdsreeks aan te bieden). 

Kenmerken eigen aan de gebruiker van de uitzendkrachten

In het verleden beschikten we enkel over informatie over de werkgever van de uitzendkracht en dat is per definitie de uitzendonderneming. Die informatie was dan ook weinig informatief aangezien we er niet uit konden afleiden bij welk type ondernemingen deze uitzendwerknemers werden ingezet. Sinds kort beschikken we echter ook over data die ons toelaat te achterhalen bij welke gebruikers de uitzendkrachten terecht komen.

Het belangrijkste kenmerk van de gebruikende onderneming is de economische activiteit (Nace-code). Voor gebruikers die bij de RSZ als werkgever gekend zijn (of waren), wordt de door de RSZ-toegekende Nace-code gebruikt. Voor deze ondernemingen komen de uitzendkrachten dus in dezelfde activiteitsector als het eigen personeel van die onderneming. Voor de ondernemingen zonder eigen personeel wordt gebruik gemaakt van de activiteitcode(s) beschikbaar in de Kruispuntbank Ondernemingen (KBO). Voor een kleine restgroep van gebruikers zijn ook geen gegevens aanwezig in KBO. Deze komen in “Nace niet gekend”. 

De data laten ons ook toe om de mate waarin de onderneming gebruik maakt van uitzendkrachten weer te geven. Daarvoor gebruiken we specifieke dimensieklassen voor uitzendwerknemers die aangeven of de gebruikers van slechts enkele of van veel uitzendkrachten gebruik maken.  

Kenmerken eigen aan de werknemer

De kenmerken van de werknemer zijn hoofdzakelijk dezelfde als die in onze andere statistieken gebruikt worden: leeftijd, geslacht en woonplaats.